Wisent

Wisent (© Ruud Maaskant - PWN)

De wisent (Bison bonasus) is het grootste nog levende landzoogdier op het Europese continent. De wisent wordt ook wel de Europese bizon genoemd en valt onder de familie van de holhoornigen. Sinds 2007 is de wisent aanwezig in de huidige Nederlandse natuur.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

Wissenten hebben een egaal kastanjebruine vacht die een perfecte camouflage vormt in een bosrijke omgeving. Kalveren hebben bij de geboorte een meer rossige-grijze vacht die pas na 6 á 7 maanden kastanjebruin wordt. De zomervacht is kort en glad. In de winter worden de haren langer en ruiger met een dichte ondervacht ertussen. De dieren krijgen ‘s winters ook een ‘baard’ aan keel, hals en kin en op het achterhoofd groeit een brede haardos.
De dieren zijn goed herkenbaar aan de hoge rug, slanke bouw en korte, naar boven gekromde horens. Daarnaast hebben de dieren een ‘baard’ aan keel, hals en kin en op het achterhoofd groeit een brede haardos.

Stieren worden tot 1100 kg zwaar en tot 2 meter hoog, koeien wegen tot 600 kg en worden 1,75 m hoog. De grootte en het lichaamsgewicht zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht; over het algemeen zijn volwassen mannetjes (stieren) het grootst en het zwaarst. Het vrouwtje (bizonkoe) is minder groot, minder zwaar en heeft kortere horens.

 

Afmetingen

lengte kop-romp: stier 245-300 cm, koe 217-270 cm
schofthoogte: stier 158-188 cm, koe 134-167 cm
lengte staart: 50 – 60 cm
gewicht: 436 – 840 kg , koe 340 – 540 kg
lengte horens: 30 cm

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

Men vermoed dat het leefgebied van de wisent vroeger Noord-Spanje tot Zuid-Zweden en Zuid-Engeland in het westen tot de Kaukasus in het Oosten omvatte. In de Belgische Ardennen lijken wisenten nog tot in de veertiende eeuw aanwezig, net als in andere Europese middelgebergtes. Op basis van botvondsten staat vast dat gedurende het Holoceen, de periode na de laatste ijstijd, het leefgebied van de wisent zich uitstrekte van O-Frankrijk in het westen tot Wolgograd en de Kaukasus in het oosten. In Nederland en België zijn uit die periode geen zekere botvondsten of beschrijvingen bekend. Op de bodem van de Noordzee zijn weliswaar wisentbotten gevonden, maar die stammen uit de periode van het Pleistoceen of de overgang naar het Holoceen. De laatste wilde wisenten stierven in 1926 in de Kaukasus. Dieren die in gevangenschap leefden vormden de basis voor nieuw uitgezette kuddes in het wild.

Omdat er officieel geen wisenten in het wild in Nederland leven is de soort niet opgenomen in de Flora- en Faunawet. Sinds 2007 is een pilotproject gestart en zijn er vrijlevende wisenten uitgezet in Nederland. De wisenten leven sinds april 2007 in een omheind gedeelte van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland: het Kraansvlak. Dit is een gevarieerd duinlandschap met loofbos, naaldbos, grasland, struweel en natte, kalkrijke duinvalleien. Over de oorspronkelijke habitatvoorkeur van de wisent is weinig bekend. Bij voorkeur loof- en gemengde bossen met vochtige open plekken en veel ondergroei maar ook open, grazige ruimtes. In Oost Europese landen zoals Polen, waar de meeste wisentkuddes leven, leven de dieren in bosrijke gebieden. Sinds het voorjaar van 2016 leven ook wisenten in het Brabantse natuurgebied de Maashorst, en op de Midden-Veluwe.

 

Leefwijze en voedsel

Wisenten leven in kuddes van gemiddeld 20 dieren. Deze kuddegrootte is echter afhankelijk van het leefgebied en de leefomstandigheden. In gebieden met volop grazige vegetatie zijn de groepen overwegend groter. Koeien en hun nakomelingen leven samen in groepjes die worden geleidt door een oudere koe die bepaalt waar en wanneer er wordt gegraasd, gedronken, geslapen, ... Stieren leven solitair of in kleine groepjes (2 tot 7). Stierengroepjes bestaan uit jonge en oudere stieren met een sterke rangorde. In de bronsttijd ontlopen jonge en erg oude stieren de dominante stieren omdat die geen concurrenten in hun nabijheid dulden.

De wisent eet naast gras ook kruiden, blaadjes, jonge loten, bast, eikels en bessen. Er is echter weinig bekend over de dieetkeuze van vrijlevende wisenten. Het dier vult zijn grasdieet jaarrond aan met houtachtigen, met name gedurende najaar/winter. Dan wordt veelvuldig bast van bomen en struiken geschild. Ze graven met hun voorpoten naar wortels van grassen, bomen en struiken. Wisenten zijn herkauwers.
Wisenten nemen graag een zandbad en dragen zo bij aan duinvorming in hun leefgebied. Ook schuren ze vaak hun vacht aan bomen. Er wordt ook tegen bomen geschuurd als markering van hun territorium. Hoewel ze zich doorgaans traag voortbewegen, kunnen ze met gemak versnellen naar 60 km/u.

 

Territorium en verblijfplaats

Het territorium van wisenten kan erg groot zijn, tot wel 15.000 ha. De leefgebieden van verschillende individuen of groepjes overlappen elkaar en groepjes wisenten maken vrijelijk gebruik van elkaars leefgebied. De grootte van leefgebieden varieert niet alleen met de geschiktheid van de omgeving (voedselbeschikbaarheid), maar ook met lokale kansen. Zo leven wisenten in de Kaukasus ’s zomers hoog in de bergen op alpenweides, maar gaan ze voor de winter naar beneden om daar in een meer beboste omgeving te foerageren. Hierdoor zal het leefgebied in de Kaukasus veel groter zijn dan elders, waar deze kansen zich niet voordoen.

Duidelijk is wel dat wisenten een veel groter leefgebied hebben dan wildlevende runderen. De wisenten van het Kraansvlak benutten het gehele gebied van 330 ha. De kudde in het Kraansvlak splitst zich zelden. Volwassen  stieren leven er soms tijdelijk apart van de kudde. Wisenten verblijven graag bij water. Zij moeten dagelijks kunnen drinken. In de winter eten ze ook wel sneeuw, breken de ijslaag over poeltjes met hun hoeven stuk of zoeken stromend water op.

 

Voorplanting en leeftijd

Een koe is geslachtsrijp na 3 of 4 jaar. Een stier met 4 jaar. De bronsttijd valt van augustus tot oktober. De mannetjes voegen zich dan bij de vrouwelijke kuddes waarbij de dominate stier mag dekken. Na een dracht van 9 maanden werpt de bizonkoe in mei-juni één kalf.Tweelingen komen zelden voor. Een kalf zoogt tot een jaar bij de moeder. Wanneer er meerdere kalfjes in een kudde zijn, worden deze in een soort ‘crèche’ grootgebracht met een ouder dier als oppas.

Vlak voor de geboorte trekt de moederkoe zich terug uit de groep en werpt het kalf. Na een paar dagen is het sterk genoeg om met de kudde mee te lopen en dan sluiten moeder en kalf zich bij de kudde aan. Vrouwelijke kalfjes blijven in de kudde; wanneer deze te groot is geworden splitst een oude koe zich met haar nakomelingen af en sticht een nieuwe kudde. Mannelijke kalfjes verlaten in hun pubertijd de kudde. Wisenten worden in de natuur rond de 15 jaar oud.

Bedreiging en bescherming

>

Er zijn minder dan 6000 wisenten op de hele wereld. Dit aantal is lager dan het volgens het IUCN-actieplan gestelde aantal om de toekomst van de soort in het wild te waarborgen. De soort is vooral erg kwetsbaar omdat verreweg het grootste deel van de totale populatie op enkele locaties (Polen, Wit-Rusland) leeft. Ziekte-uitbraken, ongecontroleerde jacht en/of achteruitgang van genetische variatie door inteelt zijn mogelijke bedreigingen voor het behoud van de soort.

In het Kraansvlak project, een duingebied gelegen tussen Haarlem en Zandvoort, worden de wisenten sinds 2007 bestudeerd onder wetenschappelijke begeleiding. Het project is een iniatitief van Stichting Kritisch Bosbeheer PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland, Stichting Duinbehoud en ARK Natuurontwikkeling. Bij het onderzoek wordt samengewerkt met onderzoeksprojecten over wisenten elders in West- en Oost-Europa, zodat een breed beeld verkregen wordt van de ecologie van de wisent. Hun leefwijze, voedselvoorkeur, bijdrage aan de biodiversiteit, terreingebruik, etc. wordt onder de loep genomen.

zie www.wisenten.nl

Waarnemen

>

Geluid

Wisenten maken nauwelijks geluid. Als ze wel geluid maken, dan is dit een grommend “grmpf”; een geluid dat niet ver draagt.

 

Graafsporen

In zandige gebieden maken wisenten zandbaden: open ronde of ovale plekken waar alle vegetatie verwijderd is. De minimumafmeting is gelijk aan de lengte van een wisent (circa 3m), maar veelgebruikte plekken kunnen tot 7 meter in diameter meten.

 

Vraatsporen

Vooral gedurende najaar en winter eten wisenten bast en worden bomen en struiken van bast ontdaan tot een hoogte van 2,5 meter. In het Kraansvlak hebben met name kardinaalsmuts en esdoorn de voorkeur, maar ook andere soorten worden geschild. De sporen zijn herkenbaar aan de relatief grote tandafdrukken in vergelijking tot herten. Vaak worden repen bast van de boom of struik afgetrokken.

 

Uitwerpselen

Uitwerpselen hebben dezelfde typische vorm als die van runderen. Herkenbaar aan een wat grovere structuur in vergelijking tot runderen en in de winter aan de kleine stukjes bast in de uitwerpselen van enkele mm grootte.

 

Loopsporen

Grote halfronde hoefafdrukken (ongeveer 13 cm lengte) als twee halve maantjes met de open kant naar elkaar toe. De voorkant is wat meer afgerond en de achterkant wat spitser en moeilijk te onderscheiden van rund. Volwassen stieren hebben de grootste hoefafdrukken.

 

Schuursporen

Haarplukken kan men vinden in de ruiperiode aan staande of liggende boomstammen en aan takken van bomen en struiken. Ook gebruiken wisenten boomstronken of stevige takken om zich tegen aan te schuren (jeuk). Op dergelijke plekken zijn vaak haren te vinden.