Tweekleurige bosspitsmuis

Tweekleurige bosspitsmuis (© Wesley Overman)

De tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) is een zoogdier in de in de orde insecteneters. De soort wordt pas vanaf 1965 gezien als aparte ondersoort. Op basis van uiterlijke kenmeken is het practisch onmogelijk de soort te onderscheiden van de gewone bosspitsmuis. Ook kan verwarring met andere spitsmuizen kan optreden.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

De tweekleurige bosspitsmuis heeft een donkerbruine tot zwartbruine vacht op zijn rug en een lichtgrijze vacht op de onderzijde. Soms heeft hij een smalle bruine zone op de flanken. De vacht is in de winter donkerder en langer dan in de zomer. Tijdens de verharing in de herfst verschijnt de lange, donkere wintervacht het eerst op het achterlijf en in de lente verschijnt de korte, lichtere vacht het eerst op het voorlijf.

De tweekleurige bosspitsmuis heeft een spitse kop met kleine donkere ogen, lange snorharen en een donkere neusspiegel. De oren zijn grotendeels in de vacht verborgen. Hij heeft scherpe tanden waarvan de top rood gekleurd is. Die rode kleur kan in de loop der tijd afslijten. Zijn staart is korter dan het lichaam, is tweekleurig en heeft aan het uiteinde een kwastje. De staartharen worden niet vervangen, waardoor bij oudere dieren de kwast versleten is en de staart zelf vrijwel kaal is. Hij heeft aan alle poten vijf tenen met scherpe nagels.  

 

Afmetingen

lengte kop-romp: 55-85 mm
lengte staart: 32-57 mm
gewicht: 6-13 g

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

De bosspitsmuis komt in allerlei soorten graslanden en bossen voor als er maar een bodembedekkende vegetatie aanwezig is. Hij heeft een voorkeur voor hoog grasland, varenbossen, heggen en struwelen, maar ook in akkers, bermen, heide, duinen, rietvelden, parken en tuinen komt hij voor. Hij mijdt vochtige terreinen en in moerassen en zandige gebieden met een losse bodem komt hij ook niet voor.

Het verspreidingsgebied van de tweekleurige bosspitsmuis ligt in West-Europa en loopt van Noord-Spanje tot Nederland. Hij komt daartussen voor in Zuidoost-Frankrijk, België, Zwitserland en Luxemburg. De oostgrens loopt door Duitsland. In Nederland komt de tweekleurige bosspitsmuis verspreid voor. Zijn voorkomen valt grotendeels samen met de pleistocene gronden. Hij ontbreekt op de Waddeneilanden en in Groningen, Flevoland, Noord- en Zuid-Holland.  

 

Leefwijze en voedsel

De tweekleurige bosspitsmuis leeft solitair en is zowel overdag als ‘s nacht actief. Hij is dan constant op zoek naar voedsel, waarbij hij vaak geluid maakt. Hij verbruikt zoveel energie dat hij al na drie uur zonder voedsel van de honger sterft. Elke twee uur houdt hij een korte rustpauze. In de winter leeft de tweekleurige bosspitsmuis ondergronds. De rest van het jaar leeft hij ook met enige regelmaat bovengronds.

Het zichtvermogen van de tweekleurige bosspitsmuis is slecht, maar zijn reukvermogen en tastzintuig zijn wel goed ontwikkeld. Hij kan goed zwemmen en klimmen.

De tweekleurige bosspitsmuis eet voornamelijk dierlijk voedsel. Hij eet op en in de strooisellaag levende dieren zoals kevers, pissebedden, wormen, spinnen en slakken. Daarbij eet hij soms zaden van naaldbomen en ander plantaardig materiaal. De tweekleurige bosspitsmuis zoekt met behulp van zijn reukvermogen zijn voedsel in de strooisellaag. Hiervoor zoekt hij op de bodem, tussen het bladafval of in smalle gangen tot een diepte van 10 cm die hij zelf graaft of die door andere kleine knaagdieren zijn gemaakt. Per dag eet hij 80-90% van zijn lichaamsgewicht aan voedsel.  

 

Territorium en verblijfplaats

Het territorium van de tweekleurige bosspitsmuis is 400-650 m2 groot. Deze grootte is vooral van belang in de winter, wanneer er minder voedsel te vinden is. De tweekleurige bosspitsmuis duldt geen soortgenoten in zijn territorium, behalve voor een korte periode in de paartijd. In het najaar verdringen jonge spitsmuizen de oudere dieren uit hun territorium.

De verblijfplaats van de tweekleurige bosspitsmuis is meestal een oud muizenhol. Het hol heeft een doorsnede van 2,5 cm en bevat een kom- of bolvormig nest. Soms is de aanwezigheid te ruiken aan de ingang van het holletje. Voor de ingang ontbreekt de zandwaaier zoals bij vers gegraven holletjes van muizen die wel zelf graven.

 

Voortplanting en leeftijd

De voortplantingstijd loopt van april tot augustus. Mannetjes en vrouwtjes leven dan samen. Tijdens de paring houdt het mannetje het vrouwtje stevig bij haar nekharen vast. Na een draagtijd van circa 3 weken worden er 1-9, maar gemiddeld 5-6 jongen geboren. Als de jongen 1 week oud zijn, gaan ze al met hun moeder mee op voedseltocht en na ongeveer 23 dagen zij ze zelfstandig.

Vanaf april zijn de vrouwtjes vrijwel continu zwanger. Jonge dieren nemen pas in het volgende voorjaar deel aan de voortplanting.

Een tweekleurige bosspitsmuis wordt maximaal 14-16 maanden oud, waardoor hij een tweede winter haalt.

Bedreiging en bescherming

>

Natuurlijke vijanden van de tweekleurige bosspitsmuis zijn met name uilen en marterachtigen, maar ook vos en kat. Marterachtigen, vos en kat vangen de tweekleurige bosspitsmuis wel, maar eten hem niet op vanwege de geur en smaak.

Waarnemen

>

Geluid

Als de tweekleurige bosspitsmuis bezig is, is vaak een zacht gekwetter te horen en ook sissende en zingende geluiden. Wanneer er confrontaties zijn met soortgenoten is een schril en luid gepiep te horen, wat klinkt als tsie-tsie-tsie. In de winter maakt hij minder geluid.

 

Vraatsporen

Afgebeten vlindervleugels of leeggegeten slakkenhuisjes op verborgen plekjes onder planten of rommelhopen, kunnen wijzen op tweekleurige bosspitsmuis, maar ook op een andere spitsmuissoort.  

 

Uitwerpselen

Uitwerpselen van de tweekleurig bosspitsmuis zijn 1-4 mm in doorsnede en 2-15 mm lang. Ze zijn donkerbruin tot zwart en bevatten veel chitinedeeltjes (van dekschilden van kevers). Ze zijn gedraaid en een uiteinde is puntig en de andere is afgerond.  

 

Loopsporen

Bij loopsporen van de tweekleurige bosspitsmuis is de afdruk van de voorvoet zowel 8 mm breed als lang en die van de achtervoet is zowel 10 mm breed als lang. Spitsmuizen laten echter maar zelden pootafdrukken achter vanwege hun geringe gewicht en het feit dat zij vooral in de blad- en kruidlaag hun voedsel zoeken. Bovendien lijken de pootafdrukken van de verschillende spitsmuizen strek op elkaar, waardoor ze moeilijk op soort zijn terug te brengen.

 

Vangen

Tweekleurige bosspitsmuizen zijn makkelijk te vangen met life-traps. Omdat hij zo sterk op de gewone bosspitsmuis lijkt, is het onmogelijk om hem met zekerheid op naam te brengen.

 

Braakballen

Prooiresten worden gevonden in braakbalen van (kerk)uilen. Hierbij kan op grond van schedelkenmerken beter gedetermineerd worden en is de soort met meer zekerheid op naam te brengen.