Siberische grondeekhoorn

Siberische grondeekhoorn (© Erik Korsten)

De Siberische grondeekhoorn (Tamias sibiricus) is aanzienlijk kleiner dan de rode eekhoorn en heeft een bruingrijze, oker of zandkleurige vacht op de bovenzijde met vijf zwartbruine lengtestrepen. De soort komt oorspronkelijk uit de Aziatische taigazone. Tegenwoordig komt hij door ontsnapping uit gevangenschap ook voor in West-Europa.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

De Siberische grondeekhoorn is aanzienlijk kleiner dan de gewone eekhoorn en heeft een bruingrijze, oker of zandkleurige vacht op de bovenzijde met vijf zwartbruine lengtestrepen. De middelste streep loopt van het achterhoofd tot de staartwortel, de twee buitenste lopen vanaf de schouderbladen en de andere twee lopen vanaf de nek. De buikzijde heeft een witgrijze vacht met een geleidelijke overgang naar de rugkleur. Zijn staart is lang, grijsachtig met drie zwartbruine strepen en is pluimig. De Siberische grondeekhoorn heeft korte voorpoten met elk vier tenen en sterke achterpoten met elk vijf tenen. Alle tenen hebben scherpe nagels. De oren steken duidelijk uit de vacht en de ogen zijn donker en zitten aan de zijkanten van de kop. De neusspiegel is klein en roze en heeft korte donkere snorharen. Deze soort heeft grote wangzakken.

 

Afmetingen

lengte kop-romp: 120-170 mm
lengte staart: 80-115 mm
gewicht: 50-120 g

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

De Siberische grondeekhoorn komt voor in bossen met naaldbomen uit de Aziatische taigazone. Hij heeft een voorkeur voor naaldbossen van lariks en den. Maar ook in gemengde bossen, parken en bosachtige streken met een dichte onderlaag van struiken en klimplanten komt hij voor. Omdat de soort voornamelijk in holen in de grond leeft, zijn in Nederland met name de bossen op de hogere zandgronden geschikt.

In Nederland komen uit gevangenschap ontsnapte  Siberische grondeekhoorns op enkele plekken voor, zoals bij Tilburg en Weert.

 

Leefwijze en voedsel

De Siberische grondeekhoorn is uitsluitend overdag actief. Bij zware regen blijft hij in zijn hol. Hij leeft vooral op de grond, maar kan goed klimmen. Hij kan zo wel tot 20-30 m hoog klimmen, maar gaat meestal niet hoger dan 7 m. Van oktober-november tot maart-april houdt de Siberische grondeekhoorn een winterslaap die enkele keren kort onderbroken wordt om te eten van zijn wintervoorraad.

De Siberische grondeekhoorn eet voornamelijk plantaardig voedsel. Zo eet hij zaden (vooral van bomen), boomknoppen, bloeiwijzen van bomen, paddenstoelen, bessen, tarwekorrels en boekwiet. Ook eet hij insecten, hagedissen, vogeleieren en jonge vogeltjes.

Voor de winter legt het dier een voedselvoorraad aan. Dat gebeurt zowel in het hol als in de grond. Hij verzamelt het voedsel in zijn wangzakken en legt voedselvoorraden aan die hij op ongeveer 5cm diep in de grond begraaft. Ook slaat hij ze op in zijn hol. Een wintervoorraad kan tot 2kg zaden bevatten.

 

Territorium en verblijfplaats

Het leefgebied van een Siberische grondeekhoorn is, afhankelijk van de kwaliteit van het leefgebied 0,5-4 hectare groot. Mannetjes hebben grotere leefgebieden dan vrouwtjes.

De Siberische grondeekhoorn bouwt nauwelijks nesten in bomen maar graaft burchten tot 50 cm diep met 1-2 m lange gangen, een nestkamer en een voorraadkamer. De burcht heeft meestal 1 (maar soms 2) uitgang die een diameter van 4-6 cm heeft. Vaak liggen de burchten tussen de boomwortels. De burchten van verschillende dieren liggen in kolonies bij elkaar, maar elk dier heeft zijn eigen territorium. De grenzen van een territorium worden met urine gemarkeerd.

Behalve in de voortplanting is de soort overwegend solitair en territoriaal.

 

Voortplanting en leeftijd

De paartijd valt in de tweede helft van april. Na een draagtijd van 6 weken worden 3-6 jongen geboren. De jongen worden 4-6 weken gezoogd. Per jaar krijgt een vrouwtje meestal 1 worp, soms 2.

Een Siberische grondeekhoorn kan 6-7 jaar oud worden.

Bedreiging en bescherming

>

Natuurlijke vijanden van de Siberische grondeekhoorn zijn kleine marterachtigen en grote dagroofvogels. De staart van de Siberische grondeekhoorn kan echter makkelijk breken of ontvellen, wat een goed afweermiddel is tegen deze predatoren. 

In het oorspronkelijke verspreidingsgebied is schade geconstateerd aan graanvelden, boomgaarden en groenteteelt.

Waarnemen

>

Geluid

De Siberische grondeekhoorn maakt korte en tsjirpende roepjes. Vaak maakt hij deze vanaf een hoge post, zoals een boomstam. De roepjes zijn tot op 100m ver te horen en worden vaak minuten lang herhaald.

 

Vraatsporen

Het vraatbeeld aan hazelnoten is ruw getand, ruwer dan bij de gewone eekhoorn.

 

Uitwerpselen

Keutels van de Siberische grondeekhoorn zijn 4 mm dik en tot 8 mm lang. Ze zijn kort-cilindrisch, hebben een grove structuur en de polen kunnen stomp of spits zijn. Ze zijn bruin tot zwart van kleur en bevatten voedselresten zoals van zaden, knoppen en tarwekorrels.

 

Loopsporen

De wijze van voortbewegen is als van de eekhoorn; de prentjes zijn kleiner en de achtervoetjes staan niet buitenwaarts gericht.

 

Zicht

In Nederland zijn ontsnapte exemplaren in staat geweest een levensvatbare populatie te vormen in Tilburg. De Siberische grondeekhoorn kan goed geobserveerd worden.