Muskusrat

Muskusrat (© Bart Meijer)

De muskusrat (Ondatra zibethicus) heeft een vacht met donker- tot kastanjebruine bovenzijde en een lichter bruingrijze of grijs tot vaalwitte onderzijde. Hij leeft overal waar water is, mits voldoende diep (ca. 10 cm) en niet te zout. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de muskusrat omvat bijna geheel Noord-Amerika. In Europa en Azië is hij ingevoerd. De muskusrat leeft meestal solitair en is nachtactief.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

De vacht van de muskusrat heeft een dikke vacht die een donker- tot kastanjebruine bovenzijde en een lichter bruingrijze of grijs tot vaalwitte onderzijde heeft. Sommige dieren zijn roodbruin en ook bijna zwarte dieren komen voor. De kop van de muskusrat is stomp en gaat ongemerkt over in het lichaam dat kort en gedrongen is. De staart is zijdelings afgeplat, bijna zo lang als het lichaam, vrijwel onbehaard en zwart van kleur. De poten zijn kort, al zijn de achterpoten wel bijna driemaal zo groot als de voorpoten. De oren zijn nauwelijks zichtbaar, de ogen staan aan weerzijden van de kop en zijn donker. De snuit is lichter van kleur en heeft een donkere neusspiegel met lange lichtgekleurde snorharen.

 

Afmetingen

lengte kop-romp: 250-350 mm
lengte staart: 190-270 mm
gewicht: 600-1800 g

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

De muskusrat leeft overal waar water is, mits voldoende diep (ca. 10 cm) en niet te zout. Hij leeft langs de oevers van stilstaand en stromend water met sterke begroeiing van water- en oeverplanten. Zo komt hij voor langs rivieren, meren, sloten, beekjes, plassen en kanalen, maar ook in moerassige en venige gebieden.

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de muskusrat omvat bijna geheel Noord-Amerika. In Europa en Azië is hij ingevoerd. Momenteel komt hij in grote delen van Europa voor, maar hij ontbreekt in Groot-Brittannië, Ierland en het grootste deel van Scandinavië en Zuid-Europa. In Azië komt hij vooral voor in het noorden, zoals in Mongolië. De muskusrat komt inmiddels ook voor in gebieden in Argentinië en Chili. In Nederland komt hij voor in alle provincies.

 

Leefwijze en voedsel

De muskusrat is erg schuw en is meestal alleen in de nacht en schemering actief. Hij leeft solitair. Hij houdt geen winterslaap, maar blijft de hele winter actief. De muskusrat is een zeer goede zwemmer en duiker, waarbij hij de staart gebruikt voor de voortstuwing. Onder water kan hij zo lange afstanden afleggen.

Tweemaal per jaar, in het voor- en najaar, gaat de muskusrat op zwerftocht. In het voorjaar gaan de mannetjes (de rammen) en de vrouwtjes (de moertjes) op zoek naar elkaar ten behoeve van de voortplanting. In het najaar worden de jonge dieren weggestuurd door de ouderdieren en gaan ze op zoek naar een eigen territorium. Verder trekken de muskusratten in het najaar instinctief van ondiepe poldersloten naar diepere sloten. Dit doen ze om te voorkomen dat ze bij een strenge winter door het ijs worden ingesloten. Ook groeit er in diepere sloten vaker riet. Tijdens de winter eten muskusratten graag rietwortels. Tijdens de trek legt de muskusrat, vooral de mannetjes, flinke afstanden af. Soms wel een paar kilometer per dag.

De muskusrat is vooral een planteneter met een voorkeur voor waterplanten. Zo eet hij (schijn)grassen, zeggen, riet, lisdodde, bies en vlotgras. Hij eet hiervan vooral de onderste delen van de stengels en wortelstokken. Ook eet hij landbouwgewassen en incidenteel zoetwatermollusken, kreeften en vis.

 

Territorium en verblijfplaats

Het hele leefgebied van een muskusrat beslaat 1 tot 5 vierkante kilometer. Daarbinnen ligt zijn burcht en rond de burcht bakent hij een territorium af met een stof uit de anaalklieren, de zogenaamde muskusolie. Dit territorium verdedigt hij tegen andere muskusratten.

De muskusrat graaft een nieuw hol of past hij een reeds bestaand hol aan. Hiervan maakt hij zijn burcht en een burcht bestaat uit meerdere kamers en enkele vluchtpijpen. Het wordt meestal in oevers gegraven. De ingangen liggen onder water en lopen naar de burcht boven de waterspiegel. Als de muskusrat geen burcht kan bouwen, zoals in zeer natte terreinen, bouwt hij een koepelnest. Dergelijke koepelnesten kunnen 1 tot 1,5 meter hoog zijn met een doorsnede van 2 meter. Ook hierbij zitten de ingangen onder water. In drogere gebieden overwinteren muskusratten ook meestal in een koepelnest.

 

Voortplanting en leeftijd

De voortplantingsperiode van de muskusrat loopt van maart tot september, maar soms tref je in zachte winters ook jongen of zogende vrouwtjes aan. Na een draagtijd van 4-5 weken worden er 3-8 (14) jongen geboren. Als ze drie weken oud zijn, gaan ze met de moeder mee op de rug het water in. De jongen zijn na ongeveer 30 dagen zelfstandig, maar ze blijven nog maanden in het territorium van hun moeder. Rond de vijfde maand zijn ze geslachtsrijp. Per jaar kan het vrouwtje 3 tot 4 keer een nest te werpen.

Een muskusrat wordt ongeveer 3 jaar oud. Veel jongen (tussen de tachtig en negentig procent) redden echter de eerste winter niet. In gevangenschap kunnen muskusratten tien jaar oud worden.

Bedreiging en bescherming

>

Natuurlijke vijanden van de muskusrat zijn roofdieren zoals de vos, bunzing, hermelijn, havik en bosuil. Daarnaast vormt de mens een bedreiging, want in Nederland wordt de muskusrat beschouwd als een schadelijk dier. Hij graaft hij gangen in oevers en dijken en dit wordt gezien als gevaar voor dijkdoorbraken en (spoor-)wegverzakkingen, maar ook het wegzakken van landbouwmachines en koeien. Daarom wordt hij veelvuldig gevangen door beroepsmatige jagers in opdracht van de provincies.

Waarnemen

>

Geluid

De muskusrat is meestal zwijgzaam, maar kan korte fluitende tonen maken. Jongen maken piepende geluiden. Tijdens de paring maken muskusratten kwakende tonen en bij agressieve ontmoetingen produceren ze met de snijtanden ratelende geluiden.

 

Waarnemen

In wateren waar de muskusrat voorkomt, is het wel mogelijk hem zwemmend aan te treffen. Hij verplaatst zich vooral in de ochtend- en avondschemering. De holen zijn met enige moeite te vinden. Uitwerpselen zijn te vinden op oevers. In het voorjaar (en soms ook najaar) zijn ze ook op opvallender plaatsen te vinden, omdat ze dan dienen als territorium markering.

De muskusrat wordt vaak met andere knaagdieren verward. Vooral met woelrat, bruine rat en beverrat. Hij is een stuk groter dan woelrat en bruine rat. Maar het opvallendste verschil zit hem in de staart, geen ander zoogdier in Nederland heeft zo'n staart. De staart is bijna even lang als het dier zelf, is aan de zijkanten afgeplat en lijkt net een soort paling. Looppaadjes van de muskusrat kunnen verward worden met die van watervogels, zoals eenden, meerkoeten en waterhoentjes. En afgeknaagde water- en oeverplanten kunnen verward worden met die van woelrat, beverrat, bever en zuidelijke waterrat.