Hamster

Hamster (© Maurice La Haye)

De gewone hamster (Cricetus cricetus) wordt ook wel veldhamster, europese hamster, korenwolf of aardwolf. De gewone hamster heeft een kop-romp lengte van 200-270 mm, oranjebruine vacht met witte vlekken op de kop, hals en nek, zwarte ogen, grote oren en een kleine roze neus met lange witte snorharen. De hamster houdt een winterslaap.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

De hamster heeft een oranjebruine vacht met witte vlekken op de kop, hals en nek. De poten zijn wit en de buik is zwart gekleurd met witte vlekken. Van de flank naar de rug wordt de vacht geleidelijker donkerder. Een hamster kan goed graven dankzij zijn tenen met lange nagels. De voorvoet heeft vier tenen en de achtervoet vijf. De staart is erg kort in verhouding tot het lichaam (minder dan 20% van de lengte van het lichaam). Een hamster heeft zwarte ogen, grote oren en een kleine roze neus met lange witte snorharen. Jonge dieren zijn bleker van kleur en hebben zijdeachtig lichtgrijs haar in de oorschelpen.

 

Afmetingen

lengte kop-romp: 200-270 mm
lengte staart: 40-70 mm
gewicht: 220 – 460 g

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

De hamster is oorspronkelijk een steppebewoner, maar hij heeft zich aangepast aan de door de mens geschapen landbouwgebieden met graanteelt. De hamster is gebonden aan een open, agrarisch landschap op leem- of lössgrond (voor een stevige grond om burchten -ondergronds gangenstelsel - in te bouwen), met een lage grondwaterstand (lager dan 80 cm onder het maaiveld om diepe, ondergrondse burchten te bouwen). De hamster leeft met name in graanakkers of percelen met luzerne. Soms worden hamsters ook aangetroffen in bietenvelden, akkers met mosterd, boomgaarden, tuinen of bermen, maar ook in tuinen en gebouwen. In graslanden, op maïsakkers en in bossen ontbreekt de hamster. Hij komt niet hoger voor dan 500 meter. In het buitenland komt hij ook voor in kruidenrijke akkers, met soorten als klaproos, korenbloem en wikkesoorten.

Het verspreidingsgebied van de hamster loopt van West-Europa via Midden- en Oost-Europa tot ver in Rusland. In West-Europa komen in het zuiden van Duitsland en op de grens van Duitsland, België en Nederland enkele geïsoleerde populaties voor. In 1950 kwamen er naar schatting 2000 burchten in Nederland voor. Na 1980 ging het met de soort snel bergafwaarts tot in 2002 de laatste burcht van een wilde hamster in de buurt van Maastricht werd gevonden. In datzelfde jaar is met herintroductie begonnen in Zuid-Limburg en in de jaren daarna vonden nog enkele herintroducties plaats. Dankzij deze herintroducties neemt het aantal toe en waren er rond 2005 weer een 200-tal hamsterburchten verspreid over zes leefgebieden. Bovendien worden er nog enkele extra gebieden geschikt gemaakt.

 

Leefwijze en voedsel

De hamster is een knaagdier dat solitair leeft. Hij heeft een overwegend ondergrondse leefwijze en is ’s nachts actief. Aan het eind van de middag en in de schemering komt hij tevoorschijn om op zoek te gaan naar voedsel. De hamster besteedt veel tijd aan de verzorging van zijn lichaam. Hierbij worden vooral de voorpoten gebruikt.

De hamster houdt een winterslaap van september-november tot half februari-mei. Indien voldoende voedsel en dekking aanwezig is, kunnen hamsters tot in november actief blijven. De winterburcht kan tot 2 meter diep zijn, maar is vaak niet dieper dan 1 meter. De mannetjes beginnen het eerst aan de winterslaap, gevolgd door de vrouwtjes en de jonge dieren. Tijdens de winterslaap kan de lichaamstemperatuur dalen tot 5°C. Sommige hamsters hebben een strak ritme waarbij de winterslaap elke vijf tot zeven dagen wordt onderbroken om te eten van de aangelegde voedselvoorraad, terwijl andere hamsters geen teken van winterslaap vertonen en de gehele winter (ondergronds) actief blijven.

De hamster is een alleseter, met een voorkeur voor plantaardig voedsel. Graan is verreweg het belangrijkste voedsel. In het voorjaar eet de hamster ook de groene delen, wortels en zaden van diverse kruidachtige planten en allerlei cultuurgewassen als erwten, bonen, aardappelen,…. Als aanvulling hierop eet hij kevers, larven, slakken, regenwormen, kikkers, hagedissen en kleine zoogdieren. In de nazomer bestaat het voedsel voornamelijk uit graankorrels. Daarnaast eet de hamster bieten, aardappelen, knolgewassen, peulvruchten, klaver, luzerne, fruit en noten. Wanneer de hamster voedsel heeft gevonden, slaat hij het op in zijn wangzakken. Als zijn wangzakken vol zijn, gaat hij naar zijn burcht om het op te eten of op te bergen in ondergrondse voorraadkamers. In de winter legt de hamster een voedselvoorraad aan, deze kan tot wel 15 kg zwaar worden, maar is meestal veel kleiner. Voor het aanleggen van een wintervoorraad gaat een hamster slechts enkele tientallen meters bij zijn burcht vandaan, bij uitzondering tot enkele honderden meters.

 

Territorium en verblijfplaats

Hamsters hebben een territorium dat verdedigd wordt tegen andere hamsters. Het territorium bedraagt 10 tot 20 m2, het leefgebied 750 tot 1000 m2. Hamstervrouwtjes hebben een vrij klein, vast activiteitengebied, waarbij de dieren nauwelijks verder dan 50 meter bij de burcht vandaan komen. Mannetjes hebben enkel een vaste verblijfplaats gedurende de winterperiode. In de zomer, tijdens het voortplantingsseizoen, worden elke nacht tientallen of honderden meters (tot 500m) afgelegd op zoek naar vrouwtjes, waarbij ook wegen kunnen worden overgestoken.

De dichtheid van het aantal burchten hangt af van het voedselaanbod, maar ligt tussen de 2 tot 10 burchten per hectare. Tijdens plagen in Oost-Europa, bij voldoende voedselaanbod, zijn dichtheden van 300-1000 burchten per hectare gevonden.

Elke hamster bouwt een uitgebreid, ondergronds gangenstelsel. Deze burcht wordt door slechts één individu bewoond, behalve wanneer een vrouwtje jongen heeft. De hamster maakt zijn burcht in graanakkers, glooiende hellingen en steppe-achtige gebieden. De burcht bestaat uit een gangenstelsel dat tot twee meter diep kan zitten en 2 tot 10 ingangen heeft. De gangen hebben een diameter van 7 cm en er zijn twee typen gangen. Bijna loodrechte gangen die als vluchtgangen worden gebruikt (zogenaamde valpijpen tot 60 cm diep) en gangen die schuin de grond ingaan die bedoeld zijn om grond uit de gangen naar buiten te werken, met een flinke hoeveelheid uitgewerkte aarde ervoor. Het gangenstelsel bevat kamers voor voedselvoorraden, een latrine en een nest en wordt steeds verder uitgebreid. Het nest bestaat uit gras, hooi of ander zacht plantaardig materiaal.

 

Voortplanting en leeftijd

Na de winterslaap begint de paartijd die duurt van april tot augustus. Hierbij zoeken de mannetjes actief de vrouwtjes op in hun burcht. Na een agressieve begroeting tussen mannetje en vrouwtje, worden zwakke mannetjes door het vrouwtje verjaard. Het mannetje dat wordt geaccepteerd, mag slechts enkele dagen in de burcht blijven. De vrouwtjes kunnen 2-3 maal per jaar jongen krijgen. Na een draagtijd van 18-20 dagen worden gemiddeld 7 (4-10) naakte en blinde jongen geboren.

Na twee weken hebben de jongen een volwassen vacht, zij het wat valer dan de volwassen dieren. Ze slapen veel, eten veel en drinken bij de moeder. Ook gebruiken ze de latrine en dragen ze voedselbrokken in hun wangzakken. Daarbij ravotten ze in nest en gangen, maar ze worden door de moeder bij hun nekvel gepakt als ze te ver weglopen. Na vier tot vijf weken zijn de jongen zelfstandig en na 10 weken geslachtsrijp. Jongen van de eerste worp en soms zelfs jongen van de tweede worp, kunnen in hetzelfde seizoen al jongen krijgen.

Hamsters worden gemiddeld 2 jaar oud, maximaal (bijvoorbeeld in gevangenschap) 4 jaar.

Bedreiging en bescherming

>

Natuurlijke vijanden van de hamster zijn roofvogels (in Nederland uilen en buizerd, maar in Oost-Europa met name de rode wouw), vos en kleine marterachtigen (hermelijn, bunzing, steenmarter). Vooral jonge hamsters zijn het slachtoffer. Wanneer een hamster door een vijand verrast wordt, richt hij zich dreigend op. Hierbij probeert hij door het contrasterende kleurpatroon van de onderzijde en zijn felheid een roofdier af te schrikken.

De reden voor de achteruitgang van de hamster moet gezocht worden in de verandering van het agrarische landschap en het verdwijnen van kleinschalig agrarisch landschap en het omzetten van (graan)akkers naar grasland en maïsland. Door efficiëntere oogsttechnieken en steeds vroegere oogstdata, krijgt de hamster onvoldoende jongen en kan geen wintervoorraad meer worden aangelegd. Daarnaast zijn allerlei overhoekjes en graften verdwenen, waar de soort onder slechte omstandigheden nog een kans had om te overleven. Met een aangepast agrarisch beheer (laat of niet oogsten van (delen van het) graan) en het telen van luzerne heeft een hamster echter volop mogelijkheden om te overleven.

Waarnemen

>

Geluid

De hamster maakt piepende, snuffende en schreeuwende geluiden. Bij bedreiging maakt hij harde, blazende of zelfs blaffende geluiden en knarst hij met zijn tanden.

 

Vraatsporen

Afgebeten graanstengels, kafnaalden en gemorste graankorrels kunnen wijzen op de aanwezigheid van hamsters. In het voorjaar zijn bij de winterburcht soms korenaren en gemorste graankorrels te vinden.

 

Bewoningssporen

De burchten van de hamster zijn vaak te vinden door in de buurt van afgebeten graanstengels en kafnaalden te zoeken naar looppaadjes of stortbergen met uitgeworpen aarde. In de nazomer kunnen bewoningssporen worden gezocht op geoogste graanakkers en in kleine landschapselementen. Verwarring met woelratten, bruine ratten of zelfs molshopen is hierbij echter mogelijk. Tijdens het winterhalfjaar worden hamsters zelden gevonden, omdat hij dan zijn winterslaap houdt.

 

Uitwerpselen

De keutels van een hamster zijn 5 mm breed en 10-15 mm lang. De uiteinden zijn stomp en soms spiuts aan één zijde. Ze zijn compact, vrij hard en geelbruin tot zwartig van kleur, vaak met een dun zandlaagje. De hamster heeft in zijn burcht een latrine, waarin de keutels worden gelegd. Maar de keutels zijn ook te vinden verspreid door het leefgebied. De keutels kunnen gemakkelijk verward worden met keutels van de bruine rat en de woelrat.

 

Loopsporen

Hoewel de achtervoet vijf tenen heeft, vertonen de pootafdrukken van de hamster zowel voor als achter vier tenen, met duidelijke nagelafdrukken. De teenkussens en middenvoetkussens zijn goed te zien. De voorvoet van de hamster is 15-20 mm lang en 10-16 mm breed, de achtervoet is 20-25 mm lang en 15-20 mm breed en dus duidelijk groter.