Grijze zeehond

Grijze zeehond (© Wesley Overman)

De grijze zeehond (Halichoerus grypus) heeft een torpedovormig lichaam met grote kegelvormige kop en wordt daarom ook wel kegelrob genoemd. Verwarring met gewone zeehond kan optreden. Het makkelijkste (zichtbare) kenmerk is het kopprofiel. De grijze zeehond heeft een duidelijk afgeplatte kop terwijl de gewone zeehond een ronde kop heeft.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

De grijze zeehond heeft een torpedovormig lichaam met grote kegelvormige kop en wordt daarom ook wel kegelrob genoemd. Een mannetje heeft een zwaar lichaam met dikke vetrollen aan hals en nek, een verlengde snuit met een brede, zware muil en een donkere vacht, soms met lichte vlekken. Een vrouwtje heeft een licht gekleurde vacht met donkere vlekken, een kortere snuit en een dunnere hals en is een stuk slanker. Pasgeborenen hebben een langharige, witte vacht die na drie weken overgaat in een grijze jeugdvacht. De grijze zeehond heeft donkere ogen, lange lichte snorharen en parallel lopende neusgaten. Hij heeft inwendige oren, die te zien zijn als kleine gaatjes aan de zijkanten van de kop.

 

Onderscheid met gewone zeehond

Het makkelijkste (zichtbare) kenmerk is het kopprofiel. De grijze zeehond heeft een duidelijk afgeplatte kop terwijl de gewone zeehond een ronde (zee)hondenkop heeft.

 

Afmetingen

lengte: mannetjes 195-250 cm, vrouwtjes 165-210 cm, pasgeborenen 95-105 cm
gewicht: mannetjes: 170-350 kg, vrouwtjes 105-220 kg, pasgeborenen 11-20 kg

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

De grijze zeehond komt voornamelijk in zeewater met rotskusten en bij zeekliffen voor. Ook worden ze waargenomen bij zandbanken, ijsplaten, riviermondingen en zandstranden en kiezelstranden.

Het verspreidingsgebied van de grijze zeehond bevat de kusten in gematigde en koudere delen van de Noordelijke Atlantische Oceaan. Ze komen voornamelijk rond Newfoundland (oostkust Noord-Amerika), Zuid-Groenland, IJsland, Noorwegen, de Britse eilanden, Bretange en de Oostzee voor.

De grijze zeehond was in een ver verleden waarschijnlijk algemener in de Noordzee dan de gewone zeehond. In de Middeleeuwen werden ze in de Waddenzee door de mens uitgeroeid. Rond 1950 werden de eerste grijze zeehonden in Nederland gezien en sinds 1980 vindt weer voortplanting aan de Nederlandse kustwateren plaats. Tegenwoordig komt de grijze zeehond weer op een aantal plekken in de Waddenzee algemeen voor. Sinds 2006 vindt ook voortplanting in de Voordelta plaats.

 

Leefwijze en voedsel

De grijze zeehond kan goed zwemmen en duiken. Hij duikt gemiddeld 25 m diep, maar kan tot een diepte van 100 m duiken. Hij kan tot 20 minuten onder water blijven, voordat hij weer boven water moet komen om adem te halen. Tijdens het zwemmen kunnen zijn oren en neusgaten worden gesloten.

De grijze zeehond kan uitstekend horen, zien en ruiken. Dankzij hun grote ogen met het relatief platte hoornvlies kunnen ze zelfs in troebel water goed zien. Zijn gehoor en reukzin zijn voor de jacht echter belangrijker; zelfs blinde grijze zeehonden kunnen moeiteloos voldoende voedsel vinden. Waarschijnlijk gebruiken ze bij het jagen een zelfde soort echo-peilingssysteem als dolfijnen. Daarbij hebben ze een uiterst gevoelige bek en baardharen, waarmee ze elke beweging in het water bemerken die de vluchtende prooidieren maken, als de zeehond ze achtervolgt.

Tussen december en maart gaan de grijze zeehonden in de rui. Tijdens deze verharingsperiode liggen de dieren veel op de ligplaatsen om te zonnen. Het zonlicht draagt bij aan de productie van vitamine D die nodig voor de verharing. Ook dient de huid droog te zijn om goed te verharen.

De grijze zeehond eet voornamelijk vis zoals zandaal, zalm, kabeljauw, schelvis, koolvis, zandspiering, wijting en platvissen (zoals bot). Vergeleken met de gewone zeehond eten ze relatief meer rondvis. Daarnaast eten ze schaal- en weekdieren, inktvis en een enkele keer zelfs vogels. De grijze zeehond is niet kieskeurig en zijn voedselsamenstelling varieert per leefgebied, de seizoenen en zelfs de jaren. Per dag eet de grijze zeehond ongeveer 5,7 kilogram, maar hij kan langere tijd zonder voedsel.

Zodra de grijze zeehond een vis ontdekt, zet de zeehond de achtervolging in en vangt zijn buit door behendigheid en snelheid met zijn tanden. Ook duikt een grijze zeehond veel naar de bodem, wat wijst op foerageren op de bodem. Tijdens het foerageren kan hij tochten maken van wel honderd kilometer.

 

Verblijfplaats

De grijze zeehond gebruikt het hele jaar plaatsen om te rusten en daarnaast ook voor de voortplanting en de verharingsperiode. Dit zijn bij voorkeur zandbanken die met normaal hoogwater niet onderwaterlopen. Maar ook kliffen, rotsen en ijsplaten worden hiervoor gebruikt. Naast die hoge plekken worden ook regelmatig grijze zeehonden op dezelfde banken als de gewone zeehonden aangetroffen.

Grijze zeehonden zijn zeer mobiel. Ze leggen soms honderden kilometers af en buiten het voortplantingsseizoen verspreiden ze zich ook wel. Uit onderzoek met gezenderde zeehonden bleek dat ze vanuit de Waddenzee bijvoorbeeld oversteken naar Schotland.

 

Voortplanting en leeftijd

De voortplantingsperiode van de grijze zeehond ligt tussen september en december. In het westen van zijn verspreidingsgebied valt de voortplantingsperiode in januari of februari. De paartijd volgt ongeveer drie weken na de werptijd. Voor het werpen van de jongen trekken de vrouwtjes naar de voortplantingsgebieden, dit zijn kusten, ijsplaten of zandplaten boven de vloedlijn. De vrouwtjes keren ieder jaar terug naar dezelfde plek. De vrouwtjes verzamelen zich in kolonies die kunnen bestaan uit vijftig tot wel zeventigduizend vrouwtjes. Vrouwtjes die niet drachtig zijn, sluiten zich ook aan bij deze kolonies.

Na een draagtijd van 11,5 maand, krijgt het vrouwtje een jong. De eigenlijke draagtijd duurt echter maar 8,5 maand, want de grijze zeehond heeft een verlengde draagtijd waarbij de embryo de eerste twaalf weken niet tot ontwikkeling komt. Bij de geboorte is het jong 90-105 cm lang en 11-20 (gemiddeld 14,5) kg zwaar. Het heeft bij de geboorte een wollige beigewitte vacht dat na drie weken geleidelijk vervangen wordt door een grijs jeugdkleed.

In tegenstelling tot de gewone zeehond kan, vanwege zijn dikke wollige vacht, een grijze zeehond niet direct na geboorte zwemmen. Permanent droogliggende ligplaatsen zonder menselijke verstoring zijn in Nederland niet aanwezig. Grijze zeehonden worden daarom in Nederland geboren op zandplaten die alleen tijdens springvloed onder lopen. De geboorte dient daarom kort na springvloed plaats te vinden zodat voor de volgende springvloed het jong zijn dikke vacht, na ca 3 weken, kwijt is.

Het vrouwtje zoogt het jong om de vijf à zes uur en door de vette melk komt het jong per dag 1,5-2 kg aan. De totale zoogtijd duurt 16 tot 21 dagen, waarna de moeder weer vruchtbaar is en het jong verlaat om een aantal keer te paren en daarna weer terug te keren naar zee. Het jong moet dan voor zichzelf zorgen en als ze 30-35 dagen oud zijn, drijft de honger hen uiteindelijk ook de zee in.

De voortplantingsgebieden zijn vaak overvol met vrouwtjes met jongen en mannetjes, zodat de moeder haar jong tegen dood drukken moet beschermen. Vrouwtjes met jongen zijn zeer agressief tegen andere zeehonden. Tijdens de zoogtijd eten de vrouwtjes niet en blijven ze onafgebroken bij hun jong of bewegen zich tussen het jong en de zee.

Zoals gezegd krijgen de vrouwtjes eerst een jong en daarna paren ze. De mannetjes hebben een territorium waarin ze een harem van 10 of meer (bijna) vruchtbare vrouwtjes houden. Op land verdedigen de mannetjes hun harem tegen andere mannetjes. Als een vrouwtje vruchtbaar is, zal het mannetje haar geregeld dekken of aandacht schenken. Zo voorkomt hij dat andere mannetjes de kans krijgen om met het vrouwtje te paren. De paring vindt zowel op het land als in het water plaats, en duurt 15 tot 45 minuten. Oudere, ervaren bullen zijn het dominantst en weten de meeste vrouwtjes te veroveren. Tijdens de paartijd eten de mannetjes zes weken lang niets.

Vrouwtjes zijn na 4 tot 5 jaar geslachtsrijp, mannetjes na 6 jaar. Mannetjes zullen echter meestal pas voor het eerst paren als ze 8 tot 10 jaar oud zijn.

De grijze zeehond wordt gemiddeld 20-30 jaar oud. Mannetjes worden maximaal 30 jaar oud, vrouwtjes meer dan 46 jaar. Wetenschappers kunnen de leeftijd van een dode zeehond schatten door het aantal ringen aan de wortel van hun hoektanden te tellen; het aantal ringen komt overeen met de leeftijd. 

Bedreiging en bescherming

>

Natuurlijke vijanden van de grijze zeehond verschillen per gebied, maar over het algemeen zijn dit ijsberen, orka's en haaien en soms ook Steller zeeleeuwen. In de Nederlandse wateren hebben grijze zeehonden geen natuurlijke vijanden.

Tijdens de voortplantingsperiode vormen overstromingen van de ligplaatsen een bedreiging, omdat de jongen in het begin niet kunnen zwemmen. In Nederland zijn de ligplaatsen niet ideaal en bij storm kunnen ligplaatsen van jongen overspoelen waarbij de jongen een verdrinkingsdood sterven. Echter, de frequentie waarin dit gebeurd is zeer gering wat ook wel blijkt uit de aantalsontwikkeling (die ook deels onder invloed staat van immigratie).

Daarnaast vormt de mens al eeuwenlang een bedreiging. Zeehonden worden door mensen al duizenden jaren bejaagd vanwege hun vacht, vet en vlees. De jacht heeft ook een negatief effect gehad op de populatie grijze zeehonden. In het verleden zijn ook veel jonge zeehonden doodgeslagen vanwege hun vacht. Zoals vermeld is de grijze zeehond bij ons in de Middeleeuwen uitgeroeid geweest. De huidige populatie is beschermd en wordt niet bejaagd. Vissers ervaren de grijze zeehond echter vaak als hinderlijk, omdat hij op zijn zoektocht naar voedsel vissersnetten kapot kan maken of erin raakt verstrikt kan raken. In Engeland worden grijze zeehonden daarom lokaal bejaagd.

Tegenwoordig zijn ook verstoring door toerisme en delfstofwinning, fysieke aantasting van het habitat en vervuiling van o.a. PBC's en DBT's (stoffen die de vruchtbaarheid negatief beïnvloeden) potentiële bedreigingen. In de Oostzee zijn zeehondenpopulaties vatbaar voor verstoring door ijsbrekers wat mogelijk gevolgen heeft voor het voortplantingssucces, maar daar is nog geen onderzoek naar gedaan.

Waarnemen

>

Geluid

De grijze zeehond kan zeer luidruchtig zijn en maakt dan allerlei soorten geluiden, zoals blazende , sissende, murmelende en grommende geluiden. Jonge dieren kunnen blatende en huilgeluiden maken.

 

Sporen

De grijze zeehond heeft grijze, bruine of zwarte uitwerpselen die 4-4,5 cm in doorsnede zijn en lijken op die van een hond.

 

Zicht

De grijze zeehond is op zee slechts af en toe te zien als hij met de kop boven water komt. Aan land, waar ze uitrusten, voortplanten of hun vacht laten drogen, zijn ze vanuit vliegtuigen of boten goed waarneembaar. Vooral tijdens de voortplanting, wanneer de vrouwtjes grote groepen vormen, zijn ze goed te zien.

Onderzoek

>

In Nederland verblijven de grijze zeehonden vooral op hoge zandplaten in het westen van de Waddenzee zoals de Richel (ten oosten van Vlieland), de Engelse Hoek (ten westen van Terschelling) de Vliehors (ten westen van Vlieland) en op de Razend Bol (ten zuid-westen van Texel). In het Deltagebied worden ze sporadisch gesignaleerd. De meeste jongen wordt op de Richel tussen Vlieland en Terschelling geboren. Op de Vliehors en de Noorderhaaks worden slechts enkele jongen geboren.

Onderzoeksinstituut IMARES (voorheen Alterra) verricht een langjarig onderzoek naar de aantalontwikkelingen en verspreiding van de grijze zeehond en hoe zij hun leefgebied gebruiken.