Grijze eekhoorn

Grijze eekhoorn (© Maaike Plomp)

De grijze eekhoorn (Sciurus carolinensis) is een knaagdier dat oorspronkelijk in het oosten van de Verenigde Staten en Canada voorkomt en in bepaalde delen van Europa is geïntroduceerd.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

De grijze eekhoorn heeft een gemêleerd grijze rugvacht met (rood)bruine vlekken en een grijswitte buik. Het dier heeft een lange pluimstaart met meerkleurige haren waardoor de staart een lichte buitenrand krijgt. Een melanistische (geheel donkere) vorm komt voor, algemeen in het noordelijk verspreidingsgebied in Noord-Amerika, sporadisch in Europa. Lijkt op de gewone eekhoorn, maar is groter en zwaarder dan deze (en dan de erop lijkende relmuis) en heeft niet of nauwelijks oorpluimpjes. In de winter is de vacht grijzer en dikker en is de achterkant van de oren licht gekleurd. Beide geslachten kunnen even groot worden.

 

Afmetingen

Kopromp 23-28 cm
Staart 20-24 cm
Achtervoet 60-75 mm
Oor 28-33 mm
Gewicht (sterk afhankelijk van seizoen en voedselaanbod) 510-570 (750) gram

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

De grijze eekhoorn komt oorspronkelijk voor in het oosten van de Verenigde Staten en Canada. De soort is tussen 1876 en 1921 geïntroduceerd in het Verenigd Koninkrijk, waar hij grote delen gekoloniseerd heeft en nu algemener is dan de inheemse rode eekhoorn, die vooral in de naaldbossen is teruggedrongen. Alleen in delen van Schotland en Ierland komt de grijze eekhoorn nauwelijks voor. In Noord-Italië is de grijze eekhoorn in 1948 geïntroduceerd in een aantal gebieden, waar de soort zich na bestrijdingsmaatregelen nu weer verspreidt. In Nederland zijn de afgelopen jaren aan aantal individuele waarnemingen gedaan. Waarschijnlijk gaat het hier om ontsnapte exemplaren.

 

Leefwijze en voedsel

Grijze eekhoorns zijn overdag actief en blijven ook de hele winter actief, zij het wat minder uren per dag. Ze kunnen in allerlei bossen voorkomen, maar hebben een duidelijke voorkeur voor loofbossen en parkachtige gebieden. Ze foerageren meer op de grond dan rode eekhoorns. De soort eet veel noten en zaden, die ook verstopt worden als voorraad voor de winter. Doordat de kiemkern van tevoren uit de zaden geknaagd wordt, draagt dit niet bij aan verspreiding en kiemen van boomzaden in het bos. Verder maakt de grijze eekhoorn gebruik van aanwezig voedsel als maïs, vruchten, bloemen en paddenstoelen en boombast. Incidenteel worden insecten of vogeleieren gegeten. Hij steelt ook  voedselvoorraden van de rode eekhoorn en struint vuilnisbakken en vogelvoederplaatsen af. Bij voedselschaarste en/of populatiedruk kan de grijze eekhoorn over meerdere kilometers migreren.

 

Territorium en verblijfplaats

De grootte van het leefgebied is afhankelijk van landschapstype en voedselaanbod en bedraagt in loofbos 4,5 tot 11,5 ha. Wel kunnen meerdere dieren in een gebied voorkomen. De leefwijze en sociale structuur van de soort lijkt op die van de rode eekhoorn, maar grijze eekhoorns zijn socialer en leven dichter op elkaar, meestal in familieverband. Nesten lijken op die van de rode eekhoorn, maar zijn over het algemeen iets bladerrijker. Ook worden boomholtes gebruikt (en zo nodig uitgeknaagd) en in de zomer zijn gebouwde nesten vaak een soort platform van twijgjes. In bebouwd gebied worden ook zolderruimtes gebruikt.

 

Voortplanting en leeftijd

Dieren zijn geslachtsrijp met 10-12 maanden. Eekhoorns zijn niet monogaam. De paartijd is in twee pieken (eind januari en eerste helft juni). De draagtijd is 44 dagen. Volwassen vrouwtjes produceren meestal twee nesten van gemiddeld 3 (1-7) jongen. De jongen worden kaal, naakt en blind geboren. De zoogtijd bedraagt ongeveer 70 dagen. De jongen blijven bij de moeder tot de volgende worp. Nadat de tweede worp gespeend is kunnen in de winter de jongen uit een eerdere worp van dat jaar terugkeren en gezamenlijk in een nest de winter doorbrengen. Maximumleeftijd 8-9 jaar, maar weinig dieren halen deze leeftijd. Sterfte onder jongen is erg hoog. Natuurlijke vijanden zijn roofvogels als havik en roofdieren als marterachtigen. Ook katten doden grijze eekhoorns, en er komen relatief veel verkeersslachtoffers voor. Mensen vormen vooral een bedreiging door het veranderen of vernietigen van habitat. Mensen bieden echter ook kansen vanwege het voeren van de dieren in de tuin.

Bedreiging en bescherming

>

De grijze eekhoorn is een uitheemse soort die een bedreiging vormt voor de inheemse rode eekhoorn. De grijze eekhoorn is voedselconcurrent en steelt ook voorraden van de rode eekhoorn. Ook draagt de soort een virus bij zich, waar hijzelf niet ziek van wordt, maar dat dodelijk is voor de rode eekhoorn. Vestiging van de soort moet voorkomen worden.

Waarnemen

>

Geluid

De grijze eekhoorn heeft een veelvoud aan geluiden, o.a. brommende geluiden, alarm- en afweer-schreeuwen, tanden klapperen en lip-smakken.

 

Vraatsporen

Meestal niet te onderscheiden van de sporen van de rode eekhoorn. Afgeknaagde dennenkegels en open geknaagde noten zijn gemakkelijk te vinden.

 

Zicht

De grijze eekhoorn is weinig schuw en gemakkelijk overdag waar te nemen.