Gestreept stinkdier

Gestreept stinkdier (© Kees Mostert)

Het gestreept stinkdier, of striped skunk in het gebied van oorsprong, (Mephitis mephitis) is een middelgroot roofdier (orde carnivora). De latijnse naam betekent “slechte geur”, die het dier dankt aan zijn effectieve verdedigingsmechanisme: de anale geurklieren.. Van oorsprong komt hij voor in grote delen van Noord-Amerika, van het zuiden van Canada tot het noorden van Mexico, met uitzondering van woestijnen en meestal niet boven 1800 m. Daarbuiten komt het dier eigenlijk niet in het wild voor. Wel wordt het stinkdier af en toe als huisdier gehouden, o.a. in Nederland. Vrijgelaten of ontsnapte dieren kunnen zich lokaal in het wild vestigen en voortplanten.

Uiterlijke kenmerken

>

Uiterlijk

Het gestreept stinkdier heeft ongeveer het formaat van een huiskat. De basiskleur is zwart, met veel witte accenten. Over het voorhoofd loopt een smalle witte streep vanaf de neus. Het dier heeft een witte “pet”, die uitloopt in een streep die zich op de schouders in tweeën deelt als een V en via beide kanten van de rug loopt tot in de grote pluimstaart. De staart is meestal een mengeling van zwarte en witte lange haren. De hoeveelheid wit op de rug en in de staart verschilt per individu. De zwarte oren zijn afgerond en steken nauwelijks uit de vacht. De poten zijn kort en stevig en hebben voeten met vijf naar voren gerichte tenen en lange graafklauwen aan de voorpoten.
Het gewicht en de lengte kunnen erg veel verschillen. Mannetjes zijn gemiddeld 10 tot 15% groter dan vrouwtjes, maar vrouwtjes hebben een langere staart.  De grote verschillen worden echter meer bepaald door geografische verschillen en tijd van het jaar (in de winter kan er sprake zijn van fors gewichtsverlies).
Stinkdieren beschikken over geurklieren aan beide zijden van de anus, waaruit een verstoord stinkdier een uitermate stinkende vloeistof kan sprayen.

 

Afmetingen

kop-romp: 33-46 cm
staart: 17-40 cm
gewicht: 0,7-6,3 kg (gemiddeld 2,7- 3,6 kg)

Ecologie

>

Leefgebied en verspreiding

Stinkdieren komen voor in een grote variëteit aan habitats, zoals bosgebieden, oeverzones, graslanden en beboste hellingen en ravijnen. Meer en meer komen ze ook in parken en stedelijke gebieden voor. Gebieden zonder begroeiing, zoal woestijnen en grote hoogten, worden zelden gebruikt. Door ontbossing schuift hun leefgebied vaak op. Buiten het oorspronkelijke leefgebied in grote delen van Noord-Amerika (van zuid Canada tot noord Mexico) komen stinkdieren eigenlijk niet voor in het wild. In enkele gevallen heeft zich een kleine populatie uit gevangenschap ontsnapte of losgelaten dieren gevestigd.

 

Leefwijze en voedsel

Stinkdieren leven voornamelijk solitair. Ze zien slecht en vinden hun voedsel voornamelijk op geur. Ze zijn het meest actief tijdens de schemering en verder tijdens de nacht. Overdag slapen ze in holen of holtes. Stinkdieren zijn opportunistische alleseters. Ze eten wat op dat moment het gemakkelijkst te vinden is.  Ze eten bij voorkeur insecten, slakken en wormen die ze uitgraven met hun klauwen. Verder eten ze reptielen, muizen, eieren, vogels, vruchten, bessen, noten, mais en in stedelijke gebieden ook menselijk afval en kattenvoer. Karkassen worden slechts bij uitzondering gegeten.

 

Territorium en verblijfplaats

Stinkdieren leven bij voorkeur alleen, maar hebben niet echt een territorium dat verdedigd wordt. Er is meer sprake van een leefgebied. Dat is gemiddeld zo’n 7 km2 groot, hoewel stinkdieren per nacht meestal niet veel meer dan 1,5 km af leggen. De verspreidingsdichtheid kan erg variëren en is vooral afhankelijk van de voedselsituatie en de aanwezige dekking.
Bij voorkeur nemen stinkdieren bestaande holen over van andere dieren, maar als het moet kunnen ze er ook zelf een graven. Ook holle boomstammen, een stapel rotsblokken of verlaten gebouwen kunnen dienst doen. In de zomer worden meest bovengrondse verblijfplaatsen gebruikt, in de winter meer ondergrondse. In koude periodes wordt weinig van verblijfplaats gewisseld. Stinkdieren gaan niet in winterslaap, maar worden wel aanzienlijk minder actief in de winter en teren op hun vetreserve. Hoewel ze over het algemeen solitair leven slapen regelmatig meerdere vrouwtjes samen in een hol, soms vergezeld van een mannetje. Deze verblijfplaats wordt wel door het mannetje verdedigd tegen andere mannetjes.

 

Voortplanting en leeftijd

De paartijd van het gestreepte stinkdier is over het algemeen in februari/maart.  Alleen als het nest verloren gaat wordt er later nog eens gepaard. Mannetjes besnuffelen het vrouwtje, maar zij laat de paring pas echt toe als ze vruchtbaar is. Mannetjes paren met meerdere vrouwtjes, maar als een vrouwtje eenmaal drachtig is wordt ze erg afwerend naar mannetjes. Mannetjes spelen ook geen rol bij de opvoeding.
De bevruchting wordt vaak uitgesteld (tot ongeveer 19 dagen). Tussen eind april en begin juni worden gemiddeld 4 tot 6 (2-10) jongen geboren. De jongen worden kaal en blind geboren, maar hebben wel al een vaag strepenpatroon. De anale geurklieren werken al na 8 dagen (sprayen lukt na 5 of 6 weken) en de ogen gaan open na 22 dagen. De jongen worden 6 tot 8 weken gezoogd en blijven daarna nog een tijdje bij moeder wonen. Vrouwtjes blijven langer bij moeder dan mannetjes. Uiterlijk het volgend voorjaar zoeken ze hun eigen leefgebied. Met ongeveer 9 maanden zijn de jongen geslachtsrijp.
Sterfte onder jonge dieren is hoog, de gemiddelde leeftijd ligt rond een jaar. Belangrijkste doodsoorzaken zijn weersomstandigheden, ziektes, parasieten, predatie, verkeer en jacht. Als stinkdieren hun eerste jaar overleefd hebben kunnen ze 7 jaar in het wild worden en 10 jaar in gevangenschap.

Bedreiging en bescherming

>

Bedreiging en beheer

Stinkdieren hebben verbazend weinig natuurlijke vijanden voor hun formaat. Dit komt door hun effectieve chemische afweersysteem. De meeste zoogdieren, ook roofdieren, lopen met een grote boog om stinkdieren heen, zolang er genoeg ander voedsel is. Veel roofvogels en uilen ruiken echter minder goed en jagen wel op stinkdieren.
Vooral jonge stinkdieren zijn gevoelig voor extreme weersomstandigheden zoals kou en droogte.
Verkeer is  een belangrijke doodsoorzaak onder stinkdieren. Vooral in de paarperiode zijn stinkdieren onvoorzichtig. Ook jonge dieren, zwervend op zoek naar een eigen leefgebied, worden vaak aangereden.
Lokaal is de druk van de jacht hoog. Vroeger werden stinkdieren bejaagd vanwege hun vacht, als voedsel of voor medicinale onderdelen. Tegenwoordig is vooral de musk uit de geurklieren gewild als grondstof voor parfum.
Ook zijn stinkdieren dragers van diverse besmettelijke ziektes en parasieten, die dodelijk kunnen zijn voor zowel stinkdieren zelf als voor andere diersoorten en mensen. Rabiës is een veelvoorkomende ziekte onder stinkdieren. Behalve dat rabiës een natuurlijke doodsoorzaak is, worden stinkdieren ook vaak gedood bij pogingen van mensen om uitbraken van rabiës onder controle te krijgen.
Daarentegen zijn stinkdieren goede ongediertebestrijders, doordat ze zowel veel insecten als (eieren van) ongewenste reptielen eten.
Over het algemeen komen stinkdieren veel voor in het gebied van oorsprong, dus daar zijn geen speciale maatregelen nodig tot behoud.

In Nederland worden stinkdieren als huisdieren gehouden, al dan niet ontdaan van hun stinkklieren (dit is overigens niet toegestaan volgens het “ingrepenbesluit”). Dit zijn voornamelijk gestreepte stinkdieren, incidenteel ook andere soorten (zoals de spotted skunk en de hooded skunk). Ontsnapte of losgelaten dieren kunnen lokaal een populatie vormen die zich ook voort kan planten, zoals het geval lijkt te zijn in Noord-Nederland (rond Haulerwijk sinds 2008). Hoewel er onder hobbyisten een levendige handel bestaat, wordt er niet op grote schaal gefokt en de kans op verdere ontsnapping en vestiging is klein. Ook in België en Duitsland zijn geen populaties bekend, dus binnenkomst vanuit buurlanden is niet te verwachten. In Groot-Brittannië is wel een populatie bekend, maar het is niet te verwachten dat deze dieren op eigen kracht het vasteland kunnen bereiken.
Toch is de kans op vestiging in Nederland reëel. De leefomgeving en voedselsituatie in Nederland zijn geschikt. Hoewel een goede populatieschatting lastig te maken is, lijkt de kleine populatie in zuid-Friesland zich uit te breiden, gezien het aantal meldingen van waarnemingen. De bestaande populatie in Groot-Brittannië (forest of Dean) is in elk geval een aanwijzing dat vestiging in Europa goed mogelijk is. Er zijn echter geen gegevens bekend over verspreiding of uitbreiding van deze populatie. Wereldwijd staat het gestreept stinkdier niet bekend als invasieve soort. Over mogelijke schade op ecologisch, economisch of sociaal gebied is weinig bekend en kan alleen gespeculeerd worden. Schade die het eerst verwacht wordt is predatie op weidevogel-eieren, verspreiding van rabiës en rommel of stankoverlast. De kans dat een eenmaal gevestigde populatie een plaag zal vormen is groot.
Al met al is het wenselijk (verdere) vestiging te voorkomen. Voorlichting aan hobbydier-verenigingen en fokkers is hierbij een belangrijk aspect. Bij vestiging van (de huidige) lage aantallen is eliminatie nog mogelijk en is overig beheer niet aan de orde. Mocht het toch zover komen dan  zijn (zoals in het gebied van oorsprong) wegvangen en gecontroleerd afschot geëigende middelen voor populatiebeheer.

Waarnemen

>

Geur

Stinkdieren zijn vrij passieve dieren, die het liefst conflicten uit de weg gaan. Hun duidelijke uiterlijke kenmerken schrikken andere dieren meestal voldoende af. Voelt een stinkdier zich toch bedreigd dan stampt hij met zijn voorpoten op de grond. Helpt dat niet dan buigt hij zich in een U-vorm, zo dat zijn achterwerk naast zijn kop komt. In het uiterste geval sprayt het stinkdier een erg stinkende vloeistof uit zijn anale geurklieren. Stinkdieren kunnen goed en ver mikken, en als een tegenstander de vloeistof in de ogen krijgt is hij tijdelijk blind. De stank is op grote afstand te ruiken en blijft wekenlang hangen.

 

Geluid

Meestal zijn stinkdieren zwijgzaam, maar ze kunnen een reeks van geluiden maken, zoals kirren, knorren, piepen, grommen en smakken. Geluiden zijn meestal een afspiegeling van hoe het stinkdier zich voelt. Jonge dieren maken meer geluid dan volwassen dieren.