Bosvleermuis

Bosvleermuis (© Kamiel Spoelstra)

Uiterlijke kenmerken

>

De bosvleermuis (Nyctalus leisleri) lijkt op een kleine versie van de rosse vleermuis. Het gewicht bedraagt 13 tot 20 gram en de spanwijdte van de vleugels meet 26 tot 32 centimeter. De vachtkleur van de bosvleermuis is donker, vaak veel donkerder dan de rossige vacht van de rosse vleermuis. De buikvacht is soms iets lichter dan de rugvacht. De bosvleermuis kan het best worden onderscheiden van de rosse vleermuis aan de hand van de lengte van de onderarm (bosvleermuis 39-46,4 mm - rosse vleermuis 48-58 mm).

Ecologie

>

Biotoop en jachtgedrag

Bosvleermuizen jagen langs bosranden, boven boomkronen, op open plekken in het bos, in parkachtige omgeving, boven waterpartijen en soms rond lantarenpalen. De vlieghoogte is duidelijk lager dan die van de rosse vleermuis, namelijk zo'n 10 tot 15 meter. Bosvleermuizen jagen op verschillende groepen en maten insecten: kleine muggen, langpootmuggen, vliegen, nachtvlinders, schietmotten, kevers en gaasvliegen.

 

Verblijfplaatsen

Kolonies van bosvleermuizen worden zowel in huizen als in bomen aangetroffen. De grootte van een kolonie varieert van enkele tot soms honderden dieren. De twee uit Nederland bekende kolonies bevonden zich beiden in bomen. In Nederland is enkele malen een solitair dier in een gebouw gevonden. Bosvleermuizen worden ook aangetroffen in vleermuiskasten.

Er is weinig bekend over het gedrag van bosvleermuizen in de winter, want ze worden dan niet veel waargenomen. De beschikbare waarnemingen komen van buiten Nederland en betreffen winterslaapplaatsen in zowel bomen, gebouwen als ondergrondse winterverblijven.

Waarnemen

>

Geluid

FM-QCF pulsen van 60-25 kHz met een pulsduur van 10 ms en een piekfrequentie rondom 28 kHz. Een FM-QCF-puls wordt gevolgd door een fm-QCF puls van 30-23 kHz met een pulsduur van 14 ms en een piekfrequentie van 25 kHz. Op de detector klinkt deze soort op de piekfrequentie van +/- 28 kHz als een reeks zeer krachtige, toonrijke en kwetterende pulsen.