Wasbeerhond
De wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides), ook wel marterhond genoemd, is een roofdier uit de familie der hondachtigen. In de 20ste eeuw is hij vanwege zijn pels vanuit zijn oorspronkelijke gebied in Oost-Azië naar het Europese deel van Rusland gebracht. Vandaaruit hebben ontsnapte en vrijgelaten dieren een groot deel van Europa gekoloniseerd. De wasbeerhond heeft zich inmiddels gevestigd in het noordoostelijk deel van Nederland en in Flevoland, vooral in waterrijke gebieden. De verwachting is dat hij zich verder verspreid over het land. De wasbeerhond is een invasieve exoot die concurreert met inheemse roofdieren en ziektes kan overbrengen.
Uiterlijke kenmerken
De wasbeerhond is een hondachtige met korte poten en een gedrongen lijf, ongeveer zo groot als een vos. Kenmerkend is zijn de zwart-witte tekening op de brede kop met bakkebaarden. De wasbeerhond heeft een beige-bruinachtige, langharige vacht met zwarte vlekken op de rug en flanken. Zijn poten en buik zijn donkerbruin. De staart is vol, eenkleurig donker en vertoont geen ringen (zoals die van de wasbeer). De wasbeerhond heeft donkere vlekken rond de ogen, witgele wangen en wenkbrauwstrepen en donkerbruin gerande oren.
Afmetingen
Lengte kop-romp: 50-72 cm
Lengte staart: 12-22 cm
Gewicht: ca. 5 kg in de zomer, 9 kg in de herfst
Gelijkende soorten
De wasbeer (die niet verwant is aan de wasbeerhond) heeft een duidelijker masker en een langere staart met ringen. Daarnaast maakt een wasbeerhond vooral in de winter een massievere indruk vanwege de langharige vacht. De das heeft lengtestrepen in plaats van breedtestrepen op de kop.
Habitat
De wasbeerhond heeft een voorkeur voor vochtige graslanden en loof- en gemend bos met een dicht ondergroei, daarnaast moerassen en rivieroevers. Naaldbossen worden gemeden. Ze leven graag in landschappen met een mozaïek van vochtige weiden, akkers en bos. Ook in de bebouwde omgeving komen wasbeerhondenze voor. Ze zoeken daar onder meer voedsel in tuinen.
Leefwijze
Wasbeerhonden zijn monogaam en leven in paren of in kleine familiegroepjes met de jongen van het vorige nest. Over het sociale gedrag in het wild is weinig bekend, maar in gevangenschap is gebleken dat de dieren banden met andere wasbeerhonden aangaan, waarmee ze samen eten, voor de welpen zorgen en onbekende individuen aanvallen. Wasbeerhonden leggen latrines aan, waar alle dieren gebruik van maken. Wasbeerhonden zijn vooral ’s nachts actief. Ze verlaten het hol om voedsel te zoeken pas als het volledig donker is. Vooral wijfjes met jongen zijn ook wel overdag actief. Bij het voedsel zoeken beweegt een wasbeerhond zich traag door het struikgewas.
De wasbeerhond zoekt zijn voedsel vooral langs oevers.In de herfst wordt een onderhuidse vetlaag opgebouwd, waardoor het gewicht fors kan toenemen. Van december tot in april houdt de wasbeerhond een winterrust – geen winterslaap – die hij bij mild weer onderbreekt met korte uitstapjes in de omgeving. Vaak wordt gezamenlijk van één prooidier gegeten.
Wasbeerhonden zijn zeer goede zwemmers.
Voedsel
Wasbeerhonden zijn echte alleseters. Het zijn ook opportunistische voedselzoekers en het menu varieert met het seizoen. Kleine knaagdieren en spitsmuizen vormen het hele jaar door belangrijk voedsel. Aas wordt vooral in de winter gegeten. In de zomer en herfst eet de wasbeerhond vis, kikkers, insecten en vogels. Ook staat plantaardig voedsel zoals wortels, noten, eikels en bessen op het menu..
Territorium en leefgebied
Leefgebieden variëren van 100 ha in optimaal habitat tot 500-800 in gebieden met minder gunstige habitat. Paren verdedigen een territorium, maar een deel van de populatie leeft niet in territoria en legt zwervend grote afstanden af, soms tot 500 km. Leefgebieden van paartjes overlappen elkaar soms aan de randen, maar de kerngebieden overlappen elkaar niet. Latrines langs de randen van leefgebieden markeren de grenzen.
Verblijfplaats
Het hol wordt gebruikt als rustplaats, vluchtplaats of om jongen groot te brengen. Vaak betrekken wasbeerhonden een verlaten hol van een das of vos. Het komt ook voor dat wasbeerhonden en dassen tegelijk een dassenburcht bewonen. Dit gebeurt vooral in de winter, maar ook wel in de zomer. Slechts een van beide soorten plant zich dan voort. Ook maakt een wasbeerhond een hol onder boomstammen, in dichte bosjes, tussen rotsen of onder gebouwen. Het hol wordt niet bekleed. Rusten doen wasbeerhonden ook bovengronds, liggend onder struikgewas. In vochtige terreinen maken wasbeerhonden soms nesten in het riet.
Voortplanting en leeftijd
In de herfst vindt paarvorming plaats. De paartijd (of ranstijd) van de wasbeerhond valt in februari en maart. De jongen worden na een draagtijd van 59-64 dagen in april-juni geboren. Er kunnen 2 tot 19 welpen worden geboren, maar meestal zijn het er 5 tot 8. Bij de geboorte zijn de jongen blind en hebben een leigrijze, donzige vacht. Na 25 tot 30 dagen eten ze vast voedsel en na 8 weken worden de dieren gespeend. Het mannetje (de rekel) voert het vrouwtje (het moertje) en helpt ook mee met de verzorging van de jongen. In september verlaten de meeste jongen het ouderlijk woongebied, maar sommige blijven bij de ouders overwinteren. Na 9 tot 11 maanden zijn ze geslachtsrijp.
Leeftijd
De sterfte onder de jongen is groot, zo’n 55 tot 70 % of zelfs groter. In het wild wordt een wasbeerhond meestal 3 of 4 jaar oud, maximaal 7-8 jaar. In gevangenschap kan een leeftijd van 11 jaar bereikt worden.
Natuurlijke vijanden
Over predatoren van de wasbeerhond is weinig bekend. Wasbeerhonden kunnen zich dood houden wanneer zij worden bedreigd door een predator.
Belangrijke doodsoorzaken zijn de jacht, verkeer en ziektes. Schurftmijten (Sarcoptes scabiei) kunnen aanzienlijke sterfte veroorzaken onder wasbeerhonden. Net als vossen, kunnen zij drager zijn van de vossenlintworm, die ook voor mensen gevaarlijk is. Het grootste risico voor de volksgezondheid is het rabiesvirus (hondsdolheid), een infectieziekte die ook voor mensen dodelijk is, en waarvan wasbeerhonden belangrijke dragers zijn.
De wasbeerhond staat sinds 2017 op de Unielijst van invasieve soorten. Dit betekent dat de soort niet in de EU mag worden gehouden of verhandeld. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen of, als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.
De wasbeerhond ontbreekt op de Huis- en hobbydierenlijst (de positieflijst).
Impact op inheemse natuur
Definitieve vestiging en uitbreiding van de wasbeerhond kunnen leiden tot concurrentie om habitat, voedsel en schuilplaatsen met inheemse roofdieren, zoals das, vos en bunzing. De overlap in dieet is vooral groot met het dieet van de vos en bunzing, minder dan met dat van de das. Wanneer wasbeerhonden een door dassen bewoonde burcht betrekken, plant slechts een van beide soorten zich voort. Dit heeft een negatieve invloed op voortplantingssucces van dassen. In Wit-Rusland is geconstateerd dat populaties van roofdieren afnamen na de komst van de wasbeerhond.
De wasbeerhond is een alleseter, en negatieve gevolgen door predatie op bijvoorbeeld vogels is waarschijnlijk beperkt (behalve wellicht op eilanden). Wel kunnen populaties van kikkers, die een gemakkelijke prooi vormen, te leiden hebben van wasbeerhonden; op enkele Finse eilanden zijn al populaties kikkers uitgestorven na de komst van de wasbeerhond.
Zicht
Door zijn nachtelijke en verborgen leefwijze is de wasbeerhond soort moeilijk waar te nemen.
Sporen
• Latrines
Latrines worden gebruikt om het leefgebied te markeren. Ze bevinden zich vooral langs wissels, niet op verhoogde plekken. Ze bestaan uit hoopjes uitwerpselen, liggen soms in kuiltjes, maar deze maken ze niet zelf (zoals dassen).
• Uitwerpselen
De uitwerpselen zijn heel variabel van uiterlijk, afhankelijk van het gegeten voedsel. Meestal zwart en bestaande uit gedeeltelijk onverteerde plantenresten. Soms meer geleiachtig. De uitwerpselen zijn 1-2 (soms 3) cm dik, 4-6 cm lang, en bestaan uit 2 tot 3 segmenten.
Vooral jonge dieren gebruiken latrines. Soms deponeren ze hun uitwerpselen in kuiltjes, soms op rotsen of omgevallen bomen. In een leefgebied kunnen tot 10 latrines in gebruik zijn, door meerdere dieren. Ze worden aangelegd als markering van het gebied maar niet als grensafbakening.
• Loopsporen
De loop is zigzaggend. De voetafdrukken lijken sterk op die van een hond, maar bij de voorvoet staan de 4 tenen wat meer gestraald rond het middenvoetskussen. De wasbeerhond heeft geen sterk gesnoerd spoor zoals een vos of hond. De nagels zijn vrij stomp en drukken altijd af. De voetbreedte is 40 tot 50 mm, de vorm is vrij rond.
Geluid
Bij het dreigen tegen een soortgenoot laat de wasbeerhond een snuivend geknor of gegrom. Jongen maken piepende geluidjes naar de moeder.
Waarnemingen doorgeven
Wereld
Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de wasbeerhond is in Oost-Azië en omvat het oosten van China, het zuidoosten van Siberië (de regio’s rond de rivieren Amoer en Oessoeri), Noord-Vietnam, Noord- en Zuid-Korea en Japan.
Europa
Tussen 1929 en 1955 werden duizenden wasbeerhonden van de ondersoort N. p. ussuriensis vanuit Siberië voor hun bont naar het Europese deel van de voormalige Sovjet-Unie gebracht. Als gevolg van ontsnappingen en loslatingen kon de soort zich verder naar het westen verspreiden. De wasbeerhond komt nu voor in vrijwel geheel Oost-Europa en een groot deel van Midden-Europa. Noordelijk komt hij voor tot voorbij de Botnische Golf in Finland en aangrenzend Zweden. Tevens in Denemarken en de Baltische Staten. Ook in geheel Duitsland komt de wasbeerhond voor, vanwaaruit hij verder oprukt naar het westen. In de Belgische gewesten Oost-Vlaanderen en Antwerpen zijn vanaf 1986 diverse vondsten en waarnemingen bekend.
Nederland
In Nederland werd in 1981 de eerste wasbeerhond gesignaleerd. Het aantal geverifieerde meldingen in de daaropvolgende periode bleef jarenlang beperkt tot hooguit enkele, later rond 10 per jaar. Vanaf 2019 is er echter sprake van een duidelijke toename. In 2020 bedroeg het opgetelde aantal zichtwaarnemingen, verkeersslachtoffers en foto’s van wildcamera’s al 40, in 2024 ruim 70. Het overgrote deel van de meldingen komt vooralsnog uit de provincies Friesland, Drenthe, Groningen, (delen van) Overijssel en Flevoland. De soort heeft zich hier definitief gevestigd, vooral in waterrijke gebieden. Gezien het grote verbeidingsvermogen van de wasbeerhond en gezien de meldingen die inmiddels ook komen uit het westen van het land (waaronder dood aangespoelde dieren op enkele Waddeneilanden) en uit de provincie Limburg, mag worden verwacht dat deze invasieve exoot zich verder over Nederland zal verspreiden.
De wasbeerhond staat sinds 2017 op de Unielijst van invasieve soorten.
De wasbeerhond ontbreekt op de Huis- en hobbydierenlijst (de Positieflijst).
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Canidae (Hondachtigen)
Geslacht: Nyctereutes
Soort: Nyctereutes procyonoides
-
2025 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 48
-
2023 Losse artikelen - Telganger
Verspreidingsonderzoek Exoten 2021-2022
-
2022 Losse artikelen - Telganger
Verspreidingsonderzoek Exoten, 2021
-
2022 Losse artikelen - Telganger
Verspreidingsonderzoek Exoten, 2020-2022
-
2021 Losse artikelen - Telganger
Verspreidingsonderzoek Exoten 2019 - 2020
-
2021 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 34
-
2019 Rapporten
NEM Meetprogramma Exoten 2019
-
2019 Rapporten
NEM Meetprogramma Exoten 2019
-
2018 Rapporten
NEM Meetnet Exoten 2018
-
2018 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 25
-
2017 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 18
-
2014 Kijk op Exoten
Kijk op Exoten 9
-
2013 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 24 / nr.4 / winter 2013
-
2013 Losse artikelen - Lutra
Lutra 56(1)_Mulder_2013
-
2013 Tijdschrift Lutra
Lutra 56-1 2013
-
2012 Losse artikelen - Lutra
Lutra 55(2)_Mulder_2012
-
2012 Tijdschrift Lutra
Lutra 55-2 2012
-
2011 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 22 / nr. 2 / zomer 2011
-
2008 Losse artikelen - Lutra
Lutra 51(2)_Oerlemans & Koene_2008
-
2008 Tijdschrift Lutra
Lutra 51-2 2008
-
2007 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 18 / nr. 2 / juni 2007
-
2004 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 15 / nr. 2 / juni 2004
-
2004 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 15 / nr. 1 / maart 2004
-
1992 Tijdschrift Zoogdier
Zoogdier / jaargang 03 / nr. 1 / maart 1992