Aan de basis van de studie naar en de bescherming van zoogdieren staat het verzamelen van gegevens: waar komen zoogdieren voor en hoe gaat het met ze? Om deze vragen te beantwoorden voert de Zoogdiervereniging al jaren op landelijk niveau verspreidingsonderzoek en aantalsmonitoring uit. Dit is mogelijk dankzij de inzet van vele vrijwilligers.
De resultaten worden opgenomen in de Zoogdierdatabank en gebruikt om het landelijk en provinciaal natuurbeleid te toetsen. Maar ook voor terreinbeheerders zijn de gegevens interessant, bijvoorbeeld om de ontwikkeling van de zoogdierfauna in hun terreinen te vergelijken met andere gebieden of met de landelijke trends.
Verspreidingsonderzoek en aantalsmonitoring vullen elkaar aan en versterken elkaar. Sommige soorten leven een te verborgen leven om ze te kunnen tellen. Voor deze soorten kan alleen via herhaald verspreidingsonderzoek een beeld van hun ontwikkeling in tijd en ruimte verkregen worden. Anderzijds zijn verspreidingsgegevens nodig om te bepalen hoe groot de steekproef voor monitoring moet zijn en waar de meetpunten moeten liggen.
De Zoogdiervereniging werkt al jaren aan:
Op eigen initiatief werkt de Zoogdiervereniging al jaren aan het landelijk VerspreidingsOnderzoek Nederlandse Zoogdieren (VONZ). Werkgroepen brengen de verspreiding van bevers en boommarters in kaart en de verspreiding van kleine zoogdieren (m.n. muizen en spitsmuizen) wordt achterhaald door het verzamelen en uitpluizen van braakballen van uilen. Het veldwerk wordt veelal uitgevoerd door vrijwilligers en gecoördineerd door de Zoogdiervereniging. Ook wordt er door professionals van de Zoogdiervereniging gericht veldonderzoek gedaan naar verspreiding van zoogdieren. Financiering komt deels van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
klik hieronder naar projectpagina's met informatie over het verspreidingsonderzoek naar de verschillende soorten.
Het Nederlandse landschap verandert voortdurend. Dit heeft invloed op de zoogdieren die in dat landschap leven. Ook het klimaat verandert. Maar hoe zoogdieren daardoor worden beïnvloed is grotendeels onbekend. Gaan soorten in aantal achteruit of juist vooruit?
Deze en andere vragen hoopt de Zoogdiervereniging te kunnen beantwoorden door de ontwikkeling van een soort in kaart te brengen door middel van zogenaamde meetnetten. De overheid en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ondersteunen de Zoogdiervereniging daarbij. Zij kunnen de resultaten namelijk gebruiken voor de onderbouwing en evaluatie van natuurbeleid. Zo worden de resultaten onder andere gebruikt ten behoeve van rapporteringen aan de EU in het kader van de Europese Habitatrichtlijn.
Het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) is een samenwerkingsverband van overheidsinstellingen bij het monitoren van de natuur. Het NEM zorgt voor de afstemming van de monitoring van planten- en diersoorten op de informatiebehoefte van de overheid. De Zoogdiervereniging coördineert ten behoeve van het NEM jaarlijks onderzoeken uit in heel Nederland, waarbij nauw wordt samengewerkt met het CBS. Het CBS bepaalt met de verzamelde gegevens de indexen en trends van de gevolgde soorten.
Het veldwerk wordt geheel uitgevoerd door vrijwilligers. Naast de Zoogdiervereniging nemen ook SOVON, provincie Limburg, enkele terreinbeherende organisaties en diverse provinciale zoogdierwerkgroepen deel. De meetnetten worden financieel mogelijk gemaakt door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
klik hieronder naar projectpagina's met informatie over de meetnetten die de Zoogdierenvereniging coördineert.
Iedereen die enige kennis heeft van zoogdieren, kan aan het verspreidings- en monitoringonderzoek meedoen. U kunt zich opgeven via het aanmeldingsformulier. Aan deelname zijn geen kosten verbonden.
Voor nadere informatie op het gebied van monitoring van zoogdieren, kunt u zich wenden tot onze coördinator vrijwilligers. Ook om in contact te komen met een Provinciale Coördinator van Zoogdiermonitoring, kunt u ook het beste contact opnemen met haar via onderstaand e-mail adres:
vrijwilligers [at] zoogdiervereniging [dot] nl
Vrijwilligers ontvangen twee keer per jaar het tijdschrift ‘Telganger’. Hierin staan alle resultaten, nieuwtjes en wetenswaardigheden over de meetnetten van de Zoogdiervereniging.
Om alvast kennis te maken met de verschillende methoden van zoogdieronderzoek kunt u zich wellicht alvast opgeven voor een van de cursussen van de Zoogdiervereniging. Ook hier is deelname veelal gratis.
Voor een aantal meetnetten zijn de handleidingen en/of formulieren te downloaden. Kijk hiervoor op de download-pagina of op de individuele pagina van het meetnet.
Als u al tellingen verricht voor een provinciale zoogdierorganisatie, kunt u zich het beste op deze organisatie blijven richten. Deze organisaties hebben namelijk al contact met de Zoogdiervereniging.
De Zoogdiervereniging gebruikt de verzamelde gegevens voor twee doeleinden:
1) voor het vaststellen van landelijke trends. Indien mogelijk wordt bij trends onderscheid gemaakt in:
- grove landsdelen, zoals Provincies en fysisch-geografische-regio’s,
- binnen en buiten de Ecologische Hoofdstructuur,
- per Habitatrichtlijngebied.
Zoogdiervereniging presenteert hiertoe indexen, trends en landelijke kaartbeelden. De geaggregeerde resultaten zijn openbaar en worden gepresenteerd in publicaties, die worden gestuurd aan deelnemende organisaties en tellers.
2) voor het overzicht van hoe de verspreiding en het voorkomen van de verschillende soorten in Nederland is. Daarvoor worden de gegevens toegevoegd aan de Nationale Database Flora en Fauna, waarin alle gegevens over verspreiding van soorten verzameld worden.
Uiteindelijk worden alle gegevens verzameld in de Zoogdierdatabank en zijn voor iedereen beschikbaar.